06/01/16

In de bonen

Bonencolumn door Harold Hamersma, wijnschrijver

door Harold Hamersma, wijnschrijver

Persoonlijk ben ik al bijna zo’n beetje mijn hele leven in de bonen. Wanneer werd dat eerste zaadje geplant? Het moet zo’n beetje begin jaren zestig geweest zijn toen ik als klein kereltje in pyjama maar wel met een cowboyhoed op naar de televisie-western Rawhide mocht kijken. Daarin was een piepjonge Clint Eastwoord te zien in zijn rol van cowboy Rowdy Yates.

Na zijn heldendaden – koeien brandmerken, vijandige indianen afknallen, vechtpartijtje in de saloon – kreeg hij vervolgens zittend bij het kampvuur –vanuit de heup nog even een aanstormende bizon omleggend- van kok Wishbone een metalen bak vol bruine bonen aangereikt.

Kijk, dat was nou sluikreclame avant la lettre om kleine jongetjes gezond te laten eten. Want natuurlijk wilde ik net zo worden als Rowdy Yates en daarbij waren bonen onontbeerlijk. Na het nuttigen van een stevig bord vol schoot ik vervolgens met mijn klappertjespistool mijn broer neer die als indiaan van dienst functioneerde.

Overigens had ik dat laatste liever gedaan met Bartje, de hoofdrolspeler in het gelijknamige boek van Anne de Vries, die het had gewaagd mijn favoriete kostje te ontheiligen met zijn ‘Ik bid niet voor bruine bonen.’ Maar ja, die zat in Drenthe op de prairie en ik in Amsterdam.

Enfin, bonen…

Ik raak er maar niet van uitgegeten. Immer waren ze in mijn leven. Was het niet als de iconische Andy Warholposter van Heinz Baked Beans die mijn studentenkamertje sierde dan was het wel als bord chili con carne die mevrouw Hamersma in spe ons daar uit geldgebrek tenminste tweemaal in de week voorschotelde. En wat maakte ze die toen al extra lekker. Of zou het gewoon toch alleen maar door de bonen zijn gekomen?

Voorts was daar de legendarische erwtensoep van mijn vader jongstleden 14 oktober zaliger. Hij wist dat hij mij niet blijer kon maken. Want die smaakte bepaald niet snert. Als ik mij niet vergis, ligt er in zijn vriezer nog een fikse portie op mij te wachten die hij pal voor zijn verscheiden nog speciaal voor mij gemaakt heeft.

Een postume erwtensoep. Ik zal er een glas dolcetto bij drinken. Niet alleen omdat ik dan nog even op de stamoudste kan proosten, maar ook omdat deze rode Noord-Italiaan er zo lekker bij combineert.

Bovendien heb ik nu meteen een mooi bruggetje – de bonenbrug; het is weer eens wat anders dan de bietenbrug- om boon-wijn-combinaties toe te juichen.

Mogelijkheden te over. Naar verluidt zijn er duizend bonen en ik kan er tenminste net zoveel wijnen bij bedenken.

Vooral stoere, noeste rode wijnen met flink wat baardgroei en een sixpack – inderdaad: het type Rowdy Yates- eten plots uit de hand als er bonen op het bord liggen. Bonen absorberen de tannines als het ware, waardoor de wijn milder, soepeler en toegankelijker wordt.

Met weemoed denk ik ook terug aan mijn invitatie door de Académie Universelle du Cassoulet om als jurylid te fungeren tijdens het Wereldkampioenschap Cassoulet maken in Corbières. De plaatselijke wijnen en de bonenschotels verdrongen zich aan mijn tafel om naar mijn gunsten te dingen. Maar de uiteindelijke winnaar was ik.

Bonen, bonen, bonen en all you can eat.

Destijds wist ik trouwens niet dat ik door de nieuwste richtlijnen van de Gezondheidsraad dankzij bonen ook nog eens een man in bonus ben. Meer proteïnen dan volkorengranen. Boordevol vitamines en mineralen. Vezelrijk. Cholesterolverlagend. Een stabiele bloedsuikerspiegel. Een superieure spijsvertering.

Dat ik van de Gezondheidsraad tegenwoordig dan nog slechts een glas wijn mag drinken, neem ik natuurlijk – ofschoon je daar volgens deze instantie ook weer voor moet oppassen – met een korreltje zout. Bonen zijn zo’n superfood dat deze mijn dagelijkse rantsoen van een fles natuurlijk fluitend neutraliseren.

Column
Share: /
Recente berichten